Selecteer een pagina

De uitkomst van stilte en reflectie>

Ik kijk opnieuw. De wereld is anders. Anders dan ik bedacht had, dan ik voorzien had, dan dat ik gehoopt had dat het zou zijn. Het is goed, vanuit een perspectief. En ook niet, vanuit een andere kant. Zichtbaarder dan ooit zijn de contrasten, gedreven door liefde of door angst. Voor mij althans. Er zijn immers zoveel versies van de waarheid.

Ik was er even niet. Niet zoals de maanden daarvoor, zoals ik inmiddels gewend was. Zoals van mij bekend was. Ik wentelde mij in reflectie, speelde toneel, verstevigde de band met mijn mannen, zat aan de waterkant en deed deze keer niet mee aan hun competitie. Ik maakte mijn eigen keuzes en droeg een mondkapje bij een tankstation in België, omdat dat moest. Ik zag allerlei plekken in Nederland, waar ik niet eerder was. Ik zag bekende plekken met nieuwe ogen. Ik was ergens anders nodig, zonder de redder te zijn. Gewoon door een hand te reiken, te luisteren en mee te bewegen in dat wat op breken staat. En dat dan liefdevol. 

Ik deed oefeningen 
en deed er net zo veel niet.
Ik lachte en verbond me.
Ik huilde en maakte opnieuw 
contact met het donker.
Ik kreeg boodschappen
op onverwachte momenten
op onverwachte plekken.
Boodschappen die ik goed begreep
en cryptische welke ik nog
aan het onderzoeken ben.

Ik sprak met kinderen over wat zij zien wat niet zichtbaar lijkt. Ik sprak met ‘grote mensen’, zoals ik vroeger nooit deed en zoals ik later altijd zal blijven doen. Ik ademde veel, onbewust de dag door. Bewust in cirkels met anderen, bewust alleen. Ook zonder adem te halen. Ik nam een sprong in een bad van ijs, met een heldere intentie en werd bevestigd dat er zo veel moois is. 

We deelden verhalen, veel deelden we niet. Maar het was duidelijk dat we onder water gingen, heel diep. En dat we boven kwamen, met het net opgehaald. Van gevoelens, van emoties, van herinneringen. In woorden. Anders dan je bedacht had, rijker wellicht. Ik dacht aan het grote gemis dat nog heel dichtbij is, het intense gemis van heel ver, aan dat wat ik gemist heb en gehad zou willen hebben. Aan dat wat ik daar allemaal van geleerd heb. Aan mijn schoenen die ik kreeg toen ik tien werd, of elf misschien.

Ik schreef weken niet, soms noteerde ik een hersenspinsel. Ik verlangde naar de woorden, de stroom en ik deed het niet. Ik zocht de stilte in zo veel. In mijzelf vooral en daar vond ik hem ook. Als altijd. Ik las allerlei boeken, theorieën en visies. Ik las verhalen van anderen, die mij diep raakten. Door de ogen van de ander kon ik ook mezelf zien en de ander waarmee ik verbonden ben. Ik las boeken over ontwikkeling en een onderzoek over ratten die in het lab aan eenzaamheid werden blootgesteld. En dacht: ‘hoe zou dat voor mensen zijn?’.

Ik heb gezien dat angst verpakt is in zoveel vermommingen en uit verschillende hoeken komt. Dat als je mee wil doen in deze wereld, die doorraast, je bij je eigen waarheid en licht dient te blijven, die diep van binnen zit. Dat we daar andere op mogen ontmoeten. Dat daar afstemming voor nodig is. 

Ik heb toegekeken hoe de toon weer veranderde, hoe gedreigd werd met straffen, hoe er heel dichtbij mij anders gedachte werd en er verwijdering plaatsvond. Ik ervaarde de boosheid die dat in mij opriep, ik keek naar het verdriet daar onder.

Ik vierde het leven met mijn dierbare soulmates. Hartstochtelijk in liefde, verbonden. Dagen achter elkaar met alles wat er was. Verzorgd, ontzorgd, zonder dat er iets hoefde, gewoon zoals een ieder is. Ik heb gezien dat angst voor de zon verdwijnt zelfs als alles angst lijkt. Als je het maar aankijkt. Dat je er om lachen kunt, omdat er vrede mee is, jij er vrede mee hebt. Dat het besproken wordt, gezegd wordt, gelaten wordt. Omdat alles er al is. Dat ook dat vriendschap is, intens verbonden.

Het belangrijkste dat ik zag:
dat er zo veel liefde is.
En dat we allemaal onze frequentie
kunnen verhogen,
dienen te verhogen,
omdat er zo veel 
om ons heen gebeurt.
En in onszelf.

Dat er liefde is, zo veel liefde is. 
Dat alles er is en alles er mag zijn. 
De pijnen, de angsten, 
de euforie, de goede kanten. 

In al die tijd van stilte was er eerst niets. Er was kalmte na een lange tijd van beweging. Ongemakkelijk soms, want niet mijn natuurlijke aard. Nodig dat wel, om de verdieping te vinden en op te laden voor het volgende niveau. Nodig ook voor duurzame en doorbrekende ideeën, die eerst niet leken te komen en toen stroomden. Aan 1 stuk door, alsof er een nieuw luik openging.

Nu ben ik er weer, zoals altijd en ook vernieuwd. Lichter, milder misschien en onderweg naar het volgende, zoals dat in het leven gaat. We hebben allemaal de kracht om van chaos terug naar stilte te gaan. Zonder te zoeken in de hoop iets te vinden. En dat is nodig, voor iedereen.