Dag 57 uit een dagboek

Er is eigenlijk geen dag waarop ik opsta en sta te springen om mijn dagelijkse oefeningen te doen. Ik doe ze toch. Omdat ik weet dat het mij oplevert, fysiek en mentaal. En dus doe ik het (nagenoeg) iedere dag. Uiteindelijk word ik daar blij van. In het uurtje nazorg met oud deelnemers ging het daar over. Over dat er in het begin soms discipline nodig is om het gewoon te doen, voordat het is ingesleten in je gedrag. En zelfs dan dan moet je er soms moeite voor doen en kan discipline je helpen. Als vriend.

Grappig genoeg zal niemand denken zonder oefenen een marathon te kunnen lopen. Gaat het om andere zaken dan vinden we dat je dat in 1 keer moet kunnen. Stilzitten zonder iets, zonder gedachten, ook dat zul je moeten trainen. Vanaf het begin af aan. Dat kan stapje voor stapje in kleine beetjes, bijvoorbeeld door te beginnen met 1 of 2 minuten. Dat kun je dan opbouwen en voordat je het weet is het voor jou heel gewoon. Je zult het dan alleen nog moeten doen. Elke dag. Ook daar ging de sessie over. Hoewel online een totaal andere dynamiek heeft dan fysiek, hou ik er van deze bijeenkomsten te modereren.

Stapje voor stapje
kom je verder
en voordat je het weet
wil je niet meer terug.
Toch kan het soms voelen
‘dat het niet opschiet’
‘dat het nooit zal lukken’.
Dan moet je even terugkijken
naar waar je vandaan komt.
Naar de basis.

Ik sprak daarna over stages en de hotelbranche, daar waar ook een deel van mijn hart ligt. Over hoe er lenig gedacht wordt. Verder dan overleven, maar duurzaam continueren. Over hoe de een dat zo uit de pols doet en de ander daar moeite mee heeft. Buiten de lijntjes. Het is als in de hele wereld, je ziet het overal. Als je kunt denken in mogelijkheden is dat een groot goed. Belangrijk ook. Het zijn vaak de gedachten die je in de weg zitten en het is je creatiekracht die je allerlei moois kan laten zien dat nog niet bestaat. Het is maar waar je aandacht aan geeft. Je kunt het trainen.

Een gesprek volgde over de enige uitweg. Ik denk dat er altijd meer is dan we voor ogen hebben, dat we ooit bedacht hadden, omdat we nou eenmaal zo zijn opgevoed of opgegroeid. De wereld is niet zwart/ wit, er zijn zoveel nuances, perspectieven en mogelijkheden. Niemand heeft de waarheid in pacht en niemand weet het. Ook nu niet. Of juist nu niet. Laten we onze gedachten loslaten en laten we het goede dromen, ook als het lastig is. Met wat moeite kun je het voor je zien.

In het bos praatten we over rollen. Waarom het uitmaakt wanneer je ergens aan tafel zit. Waar je nee tegen moet zeggen, zodat je de ander ruimte geeft en je zelf meer kunt bewerkstelligen. Over hoe je soms stappen moet zetten, om vooruit te kunnen. Dat je soms niets moet doen, om te kunnen reflecteren en uiteindelijk vooruit te kunnen. Als je graag bezig bent, dan kan dat een uitdaging zijn. Dan vergt oefening kunst en is training nodig. In niets doen bijvoorbeeld.

Ik had de schort al om om de pannenkoeken te bakken. Mijn middelste pakte ondertussen de pannen en ging aan de slag. ‘Als jij de tafel dekt, kun jij daarna lekker zitten’, zei hij. In de actiestand is dat voor mij even schakelen. Maar ik doe het, ook al kost me dat moeite. Het is een kwestie van trainen. Elke dag opnieuw.