Dag 69 uit een dagboek

De regen spetterde op het oppervlak, terwijl de wind het water zichtbaar opzij schoof. Na een rondje hardlopen door de duinen, op een voor ons nieuw pad, doken wij samen ‘t Wed in. Tussen anderen in zwempak of -broek, wetsuit of naakt. Hier kijkt niemand op hoe je verschijnt. Het feit dat je in de vroege ochtend een duik neemt is hetgeen verbindt. Ik heb nog niet het ideale ritme gevonden voor als ik uit het water kom. Het gevoel van en na deze beweging – door weer en wind – vind ik echter heerlijk. Voldaan reden we samen terug in de auto. De volgende keer gaan we er fietsend heen.

We ontbeten samen aan de grote tafel en gingen daarna met zijn vijven, plus hond, bal en een vriendje naar het strand. De wind was enorm en waar je ook keek waren kite surfers te zien. De een die net begonnen was en de ander die door de lucht spetterende sprongen maakte. ‘Mag ik naar die duin mam’, vroeg de middelste. Ik bleef onderaan staan op een afstand om te zien hoe de mannen tegen elkaar streden wie de snelste was. De weg terug vliegend naar beneden, warm door de beweging en met een grote glimlach op het gezicht. ‘What are the odds’ volgde waarna de middelste de zee in dook, als sportieve verliezer. Soms moeten we allemaal even uitgelaten worden. Bij de jongens vrijwel altijd zonder enthousiasme bij de aankondiging, maar altijd ook voor hen een goed idee.

Naar buiten
door regen en wind
met de zee
in het vizier.
Buiten het gebaande
en het gewone
zonder regels
en met de wetten
van de natuur.
Dat is voor
iedereen goed.

Vandaag 25 jaar geleden won Ajax de Europacup, vertelde mijn oudste toen we terug in de auto zagen. Ik weet het nog, niet als de dag van gisteren, maar ik kan het me herinneren. Niet omdat ik toen of nu zo met Ajax begaan ben, maar wel omdat dit de dag is dat wij 25 jaar geleden een half jaar verkering hadden. Hij keek fragmenten van de wedstrijd, juichte en stak zijn vader aan die het moment van toen herleefde. Alsof het gisteren was.

De jongens gingen daarna hun weg, in en om het huis, met en zonder telefoon en computer. We aten samen, klonken de klankschaal en spraken over afscheid nemen van iemand die de laatste levensdagen leeft en over het vieren van een verjaardag van iemand die al jaren terug ‘over’ gegaan is. ‘Ik vind het een mooi gebaar’ zei de oudste. Na tafel speelden we hartenjagen om de afwas. Ik zag de jongens een bondje maken. Toen wij volgens hun plan verloren stonden ze met zijn drieën arm in arm te dansen door de kamer. Met liefde deden wij daarna de afwas.

‘Ik vond dit een hele chille dag mam. En ik ben blij dat jij mijn moeder bent. Als ik van alle ouders mocht kiezen dan koos ik jullie, want jullie doen spelletjes ‘s avonds.’ Ik vond het ook een hele chille dag en stap met een grote glimlach mijn bed in. Opgeladen van de ruimte, de natuur en van het samen zijn. Ik heb zin in de week die komt en waarin veel moois staat te gebeuren.