Dag 85 uit een dagboek

Met tranen in mijn ogen stapte ik de trein in. Mijn mondkapje half over mijn mond, omdat het lastig ademen is. Omdat ik het niet gewend ben en omdat ik al heel lang mijn eigen manier van ademen heb gevonden. Ik zal de enige niet zijn, maar niemand hoor ik hierover. De tranen zijn van verdriet, van boosheid, frustratie. Liever bleef ik thuis, op de plek waar ik de afgelopen 3 maanden het merendeel van mijn tijd aan een nieuwe wereld heb gebouwd. Samen met mijn collegae. We produceerden wat je normaal in jaren zou doen, met een diepgang en creativiteit die zelf verder dan de onze ging.  

Tranen van heimwee naar de dagen samen. Waar onze band sterker werd, met mijn team, met ons 2, met ons 5, in onze ‘commune’, met mijn ‘nep kinderen’ en mijn lieve vriendin. Met mooie vriendinnen, de dagelijkse ochtendwandelingen, de gesprekken over licht en duister, de kaartjes die we samen trokken, in de leegte en stilte die er was. De natuur zo kalm en mooi, fluisterend dank je wel. Ik had er oog voor, was er dankbaar voor. En nu ben ik even bang dat ik dat los moet laten. Terwijl het er allemaal is, geworteld, met een basis. Terwijl het er altijd al was, ook bij mij. Het is een kwestie van schakelen, de andere kant op.

Ik kijk er met weemoed 
naar terug.
Naar die dagen
dat ik op mijn kamer zat
met alle rollen tegelijk.
De straten stil.
In het oog van de storm.
Kalm en krachtig.
Wachtend op de verandering
die gepland stond.
Het werd tijd 
in de wereld voor
een ander licht.

Er ging een stem door de luidspreker, waar we moesten zitten en dat we een kapje moesten dragen, ook op het perron. Ik heb altijd last van autoriteit gehad. Nu lijkt dat in alle poriën naar boven te komen. Ik ben het ook zo weer kwijt, als ik het aan kijk. Zo werkt dat bij mij, ik onderdruk niet meer. Ik laat het er zijn, in alle hevigheid, zodat het vanaf daar kan oplossen in het geheel. 

Ik wil dit niet. Gisteren niet, vandaag niet. Morgen niet. Maar wat dan. Blijf ik ik in mijn bubbel zitten of zal ik deel moeten nemen aan de maatschappij en haar nieuwe voorwaarden. Ik voel van alles, wat niet alleen van mij is. Van generaties eerder, over opsluiting, of je stem niet kunnen laten horen, over geregeerd worden.

We zitten er middenin, we zijn er bij. Niet altijd is dat gemakkelijk, niet altijd zal dat enkel met licht gaan. Het borrelt in de samenleving, bij jou, bij mij. Niet meer onbespreekbaar, want daarvoor is het te veel aanwezig. Ik vind dat fascinerend. Ik spreek de woorden die er nodig zijn, stel de vragen om puzzelstukjes terug te ontvangen. Met stukjes en beetjes kan ik het beter begrijpen. Misschien.

Er zit een enorme kracht in boosheid en frustratie, daar kun je mee werken, als je hem goed inzet, als je hem transformeert. Onder de waterlinie. Ik zette de muziek op, danste door het lege kantoor en maakte me klaar voor de inspiratiesessie met ons hele team. Met minder mensen dan weken eerder. Het is goed zo. Samen gingen we de diepte in, naar wat er onder de waterlijn afspeelt, naar wat je los mag laten en wat er ontstaat, zoals Scharmer dat doet in zijn social solidarity circles. Ik kreeg berichtjes achteraf, over hoe fijn en mooi het was, hevig en verhelderend. Voldaan ga ik de dag in. Licht ook. Met allerlei afspraken over de essentie, met bijzondere mensen.

In de avond reis ik terug. Voordat ik op het perron ben heb ik mijn mondkapje al op. Ik kan me verzetten of ik kan meebewegen. Ik kies voor dat laatste, omdat ik dit niet kan veranderen. We kunnen beter onze aandacht richten op dat wat we in beweging kunnen zetten. Er is genoeg te doen.