Selecteer een pagina

Hoe het gaat

‘Hoe gaat het met je?’ vroeg zij. ‘Goed’ zei ik en dat kwam uit mijn tenen. Ik voel me goed en krachtig. Vooral ben ik aligned en dan gaat het goed met mij. Ook al weet ook ik niet waar we heen gaan en wat er in godsnaam aan de hand is. Ook al beweeg ik in het midden van een orkaan, toch gaat het goed met mij. Met mijn antwoord kwam er direct een stemmetje mee: ‘Kun je eigenlijk wel zeggen dat het goed met je gaat. In deze tijd, in de hevigheid, in alles wat openbreekt. In alles wat je om je heen ziet aan ellende.’ ‘Ik denk het wel’, zei ik tegen mezelf en eigenlijk weet ik het wel zeker.  

Net als bij ieder ander gebeurt er veel om mij heen, heel dichtbij en op het wereldtoneel. Dat kan niet anders, het is namelijk tijd. Tijd om onzuiverheden aan het licht te brengen, alles wat onder water zit en niet klopt naar boven te laten komen, omdat het niet langer te verbergen is. Het gebeurt op allerlei terreinen, kijk maar eens om je heen. Ik vind dat ook heftig en kan er ook van een afstand met empathie en mildheid naar kijken. Vooral richt ik mijn energie op daar waar dat nodig is en daar waar ik nodig ben. Op mijn werk en de wereld er om heen die vernieuwing nodig heeft. Op thuis en het andere licht dat schijnt. Op de volgende stap.

In de dynamiek 
van deze tijd
beweeg ik en 
beweeg ik mee.
Zonder plan,
zonder het te weten.
Daarheen waar ik moet zijn,
daar waar ik nodig ben.
Daar waar ik er 
voor een ander kan zijn.
Door te luisteren
Door te vertellen.
En gewoon door er te zijn.

Voor mij wordt het steeds helderder en zie ik steeds beter waar welke energie in zit. Die van ‘verveel, heers, angst en controle’ en die van ‘verbinding met elkaar en het grotere geheel’. In de hevigheid word ook ik natuurlijk geraakt. Soms in een simpele e-mail, soms in een gesprek, soms anoniem in een post, soms in een nieuwsbericht dat onbedoeld toch tot mij komt. Soms raakt dat voor heel even en soms blijft dat iets langer bij mij dan mij lief is, vooral als ik zelf nog iets aan te kijken of te leren heb.

Hoe meer ik afstem, hoe beter ik het kan zien. Hoe beter ik afstem, hoe helderder ik ook mijn eigen neiging kan zien om primair te reageren. Hoe beter ik afstem, hoe beter ik dan kan zien, dat ik beter stil kan zijn, beter even niets kan zeggen, beter adem kan halen en contact kan maken met mijzelf. Om vervolgens vanaf een andere plek te reageren, veel steviger en krachtiger, terwijl ik in verbinding ben. Met mezelf, met de ander en met dat wat de bedoeling is. Als ik afstem en kijk, dan gaat het goed met mij.

Vroeger zou ik een andere definitie van ‘goed’ hebben. Dan stond ‘goed’ in lijn met ‘harmonieus’ en ‘in balans’, met ‘voor de wind’. Nu gaat het goed met mij, ook al is het hevig soms, ook al is het donker soms. Ook al moet ik soms even uitloggen en reflecteren. Als ik dat aankijk en dat doe, dan gaat het goed met mij. Dan ben ik op mijn manier in controle door het niet te weten en kan ik meebewegen met wat er is. De dag door, soms of heel vaak anders dan bedacht.

Dat afstemmen gaat vanzelf en ook niet. Ik kies er voor, maak er tijd voor, zeg er ja tegen en zeg nee tegen andere dingen die mij niet voeden. Ik maak er ruimte voor vanaf het eerste moment dat ik opsta. Ik doe er oefeningen voor, ga de natuur in en maak heel bewust ruimte in mijn agenda om te ademen, te kijken, te voelen. Als ik dat doe, dan gaat het goed met mij, hoe de vlag er ook bij hangt, wat er die dag ook op mijn pad komt en wat er ook in de wereld gebeurt. 
Zorg dat je licht genoeg hebt om te blijven staan. Zorg goed voor jezelf. Het is nodig, jouw licht is nodig.