Selecteer een pagina

Net alsof

‘We doen gewoon net alsof we door Elswout lopen’, zei ik tegen hem. Met het groen, het gras en het water was dat gemakkelijk te visualiseren. 1 Blik naar links of rechts en je was direct uit die verbeelding. Dan zag je de hoge gebouwen en het parkeerterrein van waar we werkelijk waren. Ik zag een veertje tussen de grassprieten en wist ‘dit gaat goed komen’, terwijl we ondertussen door van alles uitgedaagd werden. Hij, ik, wij.

Ik was geschrokken en ook niet. ‘Wat denkt u dat er is?’ Ik hoorde mezelf zeggen dat ik zeker wist dat het niets ernstigs was, maar dat dit aanhoudende overgeven van ruim 2 weken niet ok was. Van binnen had ik zo goed gevoeld dat de limiet bereikt was. Ook hoorde ik allerlei stemmetjes van vroeger die hier niet toe deden. Omdat niet waar, omdat niet belangrijk, omdat niet nu aan de hand. Ik bleef focussen op mijn adem en de vragen.

Kan ik accepteren
dat ik die gedachten heb?
Kan ik accepteren
dat mijn eigen pijnen
omhoog komen?
Kan ik accepteren
dat ik twijfel over
mijzelf in deze situatie?

We lagen samen in het ziekenhuis. Hij in een ‘echt’ bed, ik op de bank. Ik legde hem uit waarom ik niet in het bed naast hem kon liggen, hij bleef het raar vinden en stelde steeds de vraag opnieuw. Ik nam er genoegen mee, omdat ik weet hoe het werkt en ik allang dankbaar was dat ik bij hem mocht blijven. Juist nu. Dat je überhaupt het ziekenhuis in mocht komen, dat was een wonder. Dat je er uit mocht om een rondje te wandelen, dat was een zegen. Want eigenlijk niet de bedoeling in deze tijd.

We praatten en speelden spelletjes, we zwegen over de emoties die er onder de lijn speelden. Omdat ik wist dat dat niet van hem was. We vertelden de dokter verhalen van nu en van toen om de puzzel compleet te maken. Verhalen van toen raakten mij, zo dat ik ze even niet kon loslaten. Totdat ik weer focuste op mijn adem en wist dat het goed was. Goed is.

Dankbaar was ik voor de warme handen en de diepe interesses van een ieder die we in dat systeem ontmoetten, hopend de exacte waarheid te vinden. Allemaal, stuk voor stuk. Ondertussen wist ik dat dit systeem niet alle antwoorden heeft op de vragen die ik had en heb. Omdat er veel meer is dat we niet weten. Omdat er veel meer is dan dat waarvoor er geleerd is.

Want wat als er hier iets heel anders de bedoeling is?

Er was hulp van alle kanten. Mijn rol in een nieuw programma werd direct ingevuld, eten werd gekookt, lichtjes werden gebrand en kaartjes getrokken. Deze keer heb ik ze dankbaar ontvangen en er ook zonder schuld om kunnen vragen. Omdat het eigenlijk zo simpel is als het uit het hart komt. Voor de vraag, voor het aanbod.

Opeens zitten we weer thuis. Alsof we in een droom leefden. Opeens weten we wat de boosdoener was, die heel gemakkelijk te behandelen is. Opeens zitten we weer in de realiteit van het gezin en de rest van de wereld. Opeens gaat het stukken beter, alsof er nooit iets is geweest.

Een ervaring rijker.
Hij. ik. Wij.
Bevestigd dat
er zo veel liefde is.
Bevestigd dat
er zo veel meer is
dan het hoofd.

Opgelucht en gelukkig.