Selecteer een pagina

Wat voel jij er bij?

‘Wat voel jij er bij?’ De vraag overdonderde me, omdat deze vragen nu niet gesteld worden. Liever worden meningen meteen geprojecteerd of worden oordelen gegeven. Schreeuwend, soms hard en helder, soms wat minder, soms vriendelijk en manipulatief verhuld. Om maar niet te hoeven voelen, om maar niet naar binnen te hoeven. Vanmorgen nog toen ik de hond uitliet en ik die aardige meneer tegenkwam. ‘Ze hebben zichzelf in het been geschoten’, zei hij, er van uitgaand dat ik van hetzelfde ‘kamp’ zou zijn. ‘De enige oplossing is het vaccin, dan is alles over’. Ik glimlachte en wenste hem een prettige dag. En ik wist dat ik het de volgende keer over het weer zou hebben. De vraag die overbleef: ‘Hoe weet je zo zeker jouw waarheid klopt?’

‘Jij gelooft toch niet in conspiracy?’ vroeg een vriendin toen we het over de mondkapjes hadden. Ik keek haar verbaasd aan en probeerde te zeggen dat ik slechts vragen stel. Direct voelde ik dat de gemoederen hoger begonnen op te lopen, terwijl ik overtuigd door haar probeerde te worden van de ernst van de situatie en van de enige oplossing die er is. We bleven in stilte achter, tegen over elkaar. En ik dacht: ‘Waar zijn jij en ik nu in beland?’ 

Ik kijk, luister, ik lees.
Ik voel wat er 
onder water zit
en wat we onbesproken laten.
Alsof het er niet is.
Van een afstandje
zie ik dat ieders waarheid 
wordt bestempeld
als de enige, de echte. 
Het hoofd denkt het te weten,
terwijl het hart achter blijft.

Ik zag de poster op het huis geplakt: Fight The virus en dacht: ‘Serious? Hoe denken wij mensen alles te kunnen verslaan en maakbaar te maken. Waar zijn wij los gegaan van de natuur, van onze eigen natuur?’ En ondertussen kwam er een stemmetje naar boven: ‘Wat weet jij daar nou van?’. Ik las even later per toeval een artikel over de andere kant van het dragen van mondkapjes en hoe dat beangstigt, beklemt, benauwt. Hoe we een generatie van kinderen met hyperventilatie creëren. Ik dacht aan iemand dichtbij. En vroeg mezelf af: ‘Wat als hij vroeger een mondkapje had gehad? Was het dan ooit nog goed gekomen?’ 

Die vraag: ‘Wat voel jij er bij’ die overviel me. Die verlichtende vraag. Die vraag die gaf rust en vertrouwen. Die vraag vond het goed wat je ook zou antwoorden, omdat hij vanuit een plek gesteld werd waar het veilig is, waar geen dualiteit is, geen polarisatie. Een plek van waaruit je gezien wordt met alles wie jij bent. 

Aan het herhalen van zogenaamde feiten, heb ik weinig behoefte. Wel wil ik met je delen wat ik er in stilte bij voel. Hoe ik zelf handel, hoe ik zelf mijn waarheid aan de kinderen vertel, terwijl zij ruimte hebben voor die van hen. Hoe ik me zorgen maak over het beeld dat wij hen meegeven, over hoe blij ik ben met zo veel waarachtige mensen. Hoe ik laveer binnen de regels die opgelegd worden en heel bewust kies ergens wel of niet te zijn. Hoe ik mogelijkheden binnen de omstandigheden blijf zien. Hoe ik zelf in een bubbel van liefde zit, met zo velen, en daardoor hoopvol ben.

Wat je ook zegt, wat je ook voelt, kijk waar het vandaan komt. Kun je vanuit stilte acteren, dan kun je ook de toon zien, kun je je eigen scènes aanschouwen, kun je jezelf horen praten, kun je je eigen angsten in de ogen kijken. Dat lijkt me hier veel verstandiger dan elkaar na te praten, de media na te praten, ongenuanceerd je mening te willen geven, de ander voor iets te willen uitmaken. Want 1 ding is heel helder: niemand weet wat de waarheid is. We kennen enkel ons eigen stukje, dat geldt voor iedereen.

Met alle vragen die ik de dag door heen heb, ga ik zitten. Ga ik voelen, ga ik ademen. Naar de stilte, naar de plek waar ik mijn antwoorden vind. Niet in reactie op al het geweld aan woorden, maar in vertrouwen dat het goed is, zoals het is. Omdat dit nodig is. Om open te breken, op zichtbaar te maken, op naar een nieuwe wereld  in licht, in liefde, in vertrouwen.

En jij, wat voel jij daarbij?